Eva HambachDirecteur Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk
26.06Ik dank de Verenigde Naties

 

Ik ben ronduit tegen de uitbreiding van de zogenaamde GAS (gemeentelijke administratieve sancties), omdat ik als ouder van puberende gasten die van het moment dat ze hun jas aantrekken voor ze schoolwaarts trekken, op kauwgom beginnen te sjieken, risico loop op zo’n boete. Al wie al gesjiekt heeft weet dat na verloop van tijd de smaak verdwijnt; het lijkt of je op een lederen lap zit te lebberen.

Weg ermee. Omdat het niet fijn is ze achter het oor te plakken, worden de kauwgommen massaal op straat gespuugd. Nee, dat hoort niet. Doe je het voor de neus van een GAS ambtenaar, lapt die er misschien nog een boete bovenop. Niet getreurd, je kan hier via onze rechtsgang op reageren, tegen protesteren.

Een futiliteit dus, als je er wat verder over nadenkt.

Er zijn teveel landen in de wereld waar kinderen niet de kans krijgen zorgeloos bubblegum te kauwen. Er bestaan onverlaten die geniepig de boeken in hun boekentas omwisselen voor explosieven, wat van het kind ongewild een ‘krijger op missie’ maakt. Hun drinkbus bevat gecontamineerd water. Ze hebben geen toegang, zelfs niet tot de meest elementaire, medische zorg.

De Verenigde Naties publiceerden onlangs hun rapport om de rechten van kinderen te promoten en te beschermen. Drieëntwintig landen passeren de revue, met voorbeelden en getuigenissen. Het ene al misselijkmakender als het ander.

Het is nodig dat te rapporteren. Ik dank daarom medewerkers van de Verenigde Naties die in alle uithoeken van de wereld monitoren wat er mis loopt, welke wreedheden mensen moeten ondergaan, wat het in praktijk betekent af te hangen van willekeur en machtsmisbruik.

In landen waar democratische regels niet van tel zijn, krijgen opgroeiende kinderen geen respect: lopen ze de kans door landmijnen uiteengereten te worden, gestolen te worden om als kindsoldaten dienst te doen. Worden ze opgeschrikt tijdens de les om geweerkolven tegen hun gezicht te krijgen, uit de bank gesleurd om ‘verhoord’ te worden, afgemept, gepijnigd, vernederd.

In landen waar leiders zich krampachtig aan hun macht blijven vasthouden, waar de vraag naar een beter leven door die regeringen beantwoord wordt door bruut en blind geweld, wenen kinderen en jongeren. Om het verlies van hun moeder, vader, oom of grootmoeder. Of omdat ze zelf, zonder enig mededogen, folteringen moeten ondergaan. En als ze al levend weerkeren, kan je sporen van elektrocutie of uitgedoofde sigarettenpeuken zien, versplinterde botten, misschien wel blind geslagen.

Ook het eigen huis is lang niet veilig. Bij nacht en ontij worden sloten en deuren geforceerd, kinderen uit hun bed gesleurd om verhoord, uitgerookt of … verkracht te worden. En er tegen protesteren helpt geen zier, het maakt je nog kwetsbaarder; leidt er wellicht toe dat nog meer familieleden getreiterd of gemolesteerd worden.

De Verenigde Naties zetten mensen in, om na te gaan waar mensenrechten geschonden worden, op de vrede te handhaven, om te rapporteren. Vaak met risico voor het eigen leven. Ja, ik ben niet naïef en weet dat deze internationale instelling niet onfeilbaar is, dat ze niet voldoende slagkracht heeft om een einde te maken aan dit soort barbarij. De vinger op de wonde leggen is niettemin essentieel.

Dan is het aan de politici op te ageren. Te zoeken naar vernieuwende methodes om de principes van de democratische rechtsstaat op aanvaardbare manier te exporteren.