Aleppo 1995. Een rijkelijk gevulde tafel op een dakterras. Heerlijk weer, zachte olijven, een warme lucht waarin de ontluikende verliefdheid vonken gaf. Dan vroeg hij het. “Do you want to marry me?”, en omdat ik wist dat dé vraag eraan kwam zei ik onmiddellijk, zonder enige aarzeling “yes!”. Klein probleem was dat ik daarginds in het schone Syrië op vakantie was en de vraag niet van een reisgenoot kwam maar van onze (pardon, ‘mijn’) Syrische gids. Mijn positief antwoord stelde me meteen voor een dilemma. Hoewel mijn aanstaande de daad meteen bij het woord wilde voegen, wilde ik eerst alles gaan regelen in België. Ik werkte, was gekend om mijn ernst en werklust. En verliefd tot over mijn oren, wetende dat die man, ondertussen meer dan 4.500 kilometer van me vandaan, de juiste en ware voor mij was. ‘Van lotje getikt’, hoor en zie ik je denken. ‘Een vakantieliefde, en daar moet je al zo oud voor zijn....’ Ik stapte naar mijn werkgever en vroeg hem mijn ontslag aan te bieden. Hij weigerde prompt want ik was voor hem een goede medewerker. De volle waarheid vertelde ik hem niet. Ik wilde de stap wagen zonder mezelf –moest het mislopen- in de koude te zetten. Ontslag vragen was daarom de enige optie. Halsstarrig vermeed hij er op terug te komen, en natuurlijk wilde ik van geen wijken weten: ik moest en zou terugvliegen in de armen van de ‘mijne’. Ik stond voor een dilemma: gewoon het hele verhaal vertellen of zomaar mijn biezen pakken en zien hoe het zou lopen. Ik ben niet meteen het type dat z’n gevoelens uitschreit dus ik koos voor de tweede optie, voor mij de makkelijkste. Op 18 december vertrok ik. In de ochtendschemer bracht de bus me naar Zaventem. Gemengde gevoelens: broers en zussen achterlaten, de pijn van het vertrek, gemengd met reikhalzend uitkijken naar de ontmoeting met mijn geliefde, die daar in Damascus op me zou wachten. Mijn baas wist enkel dat ik op vakantie zou gaan naar Damascus. Koppigaard, waarom wilde hij me niet lossen, knarsetandde ik? Na mijn vakantie verscheen ik niet terug op het werk. Paniek. Spijtig. Het was niet mijn bedoeling om onrust of verwarring te zaaien. Enkel te kiezen voor mezelf. De manier waarop het gelopen is, daar kan ik nog steeds niet trots op zijn. Wel dat ik voor mezelf koos. Dat was nodig. Wij zijn nog altijd samen, zijn zielsverwanten, liefhebbers en vrienden die samen voor het project ‘ons gezinnetje’ gaan.
Een juiste keuze, toch?